Deze website maakt gebruik van cookies. Lees hier meer hierover. Deze website gebruikt cookies.

Maatschappelijke opgaven gebaat bij inspiratie uit de samenleving

Woonwijken verduurzamen, inspelen op klimaatverandering, de energietransitie. Deze opgaven zijn te groot voor overheden alleen. Het is daarom fijn dat burgers steeds vaker zelf willen bijdragen aan een prettige leefomgeving. Met de Omgevingswet ontstaat daar meer ruimte voor. De rol van gemeenten verandert: zij bieden burgers hulp en inspiratie. In de Groningse gemeente Ten Boer was dat juist andersom: bewoners boden de gemeente hulp en inspiratie bij het ontwikkelen van een braakliggend terrein. Samen experimenteerden ze met de regels.

 

 

Elf jaar geleden kocht de Groningse gemeente Ten Boer zo’n veertig hectare grond met daarop een woning en een boerderij. Toen was het idee om er meer woningen te bouwen, maar dat ging vanwege de economische crisis niet door. In plaats daarvan droeg de gemeente het beheer van het gebied over aan de Coöperatieve Vereniging Woldwijk. Deze particuliere vereniging wil initiatieven ontwikkelen die zich richten op duurzaamheid en met maatschappelijke meerwaarde voor de inwoners van Ten Boer. Maar bestaande wetgeving zit die initiatieven in de weg. Omdat de gemeente, provincie, bedrijven en veel inwoners de plannen wel zien zitten, doet Ten Boer nu ervaring op met een experimentele vorm van vergunningverlening voor een andere vorm van gebruik van de grond. Daardoor kan Woldwijk toch aan de slag.

Vertrouwen belangrijk  
Annie Postma is wethouder van de gemeente Ten Boer. Toen zij in april 2014 in haar functie begon, was al duidelijk dat er voorlopig geen woningen meer zouden komen op het stuk grond. Maar wat wel, dat wist eigenlijk niemand. In de raad kwam een zonnepark voorbij, een maïsveld voor biomassa en windmolens, maar door allerlei belemmeringen werden die ideeën weer van tafel gehaald. 'In het najaar van 2014 kregen we het idee om de inwoners van het dorp te vragen wat zij wilden. En of ze bereid waren zelf de regie te nemen', vertelt Postma. Hoewel die manier van werken tot dan toe niet gangbaar was in Ten Boer, zag het college het wel zitten. De burgemeester, gemeentesecretaris en medewerkers steunden de plannen. 'Dat vertrouwen is belangrijk. Als een dergelijk plan niet landt in je organisatie, wordt het moeilijk.'

Experimenteerstatus
Iets lastiger was het om de provincie Groningen, die deels over de regels in het gebied gaat, mee te krijgen. Postma: 'We hebben lang gediscussieerd over het feit of het terrein een experimenteerstatus kon krijgen. Op een gegeven moment opperde de provincie dat ze een uitzondering kon maken op de provinciale omgevingsverordening. De uitkomst was bijna hetzelfde als wanneer het terrein een experimenteerstatus zou krijgen. Maar door de bekende benaming beter behapbaar voor de provincie. Wat ook heeft geholpen, is een gesprek met de gedeputeerde waarin ik onze beweegredenen heb uitgelegd.' Wat Postma andere bestuurders wil meegeven, als zij een soortgelijk project willen starten? 'Wees niet te snel bang. Er kan regeltechnisch veel meer dan je denkt.'

Niet volgens de regels denken
Begin 2015 werden twee bijeenkomsten voor de gemeenschap georganiseerd. Daar kwamen veertig tot vijftig mensen op af. Het resultaat bestond uit zes concrete initiatieven en twintig minder concrete plannen voor het gebied. Zo ontstond de Coöperatieve Vereniging Woldwijk. De manier van denken en werken die de gemeente en vereniging nastreven, past goed bij de Omgevingswet. Daarom meldde het project zich aan als Proeftuin Omgevingswet. Martin Bosch, als expert betrokken bij de proeftuin: 'Belangrijke ingrediënten voor een project als dit zijn enthousiaste inwoners en een bestuur dat durft te experimenteren. Dat betekent: niet eerst naar de regels kijken, maar jezelf afvragen of iets gewenst is. Dit ultieme níet volgens de regeltjes denken, is de kracht van Woldwijk.'

Globaal kader
Een overkoepelende vergunning, die tien jaar van kracht is, regelt de strijdigheid met het bestaande bestemmingsplan. Er geldt wel een globaal kader voor het terrein, vastgesteld door de gemeenteraad. Daarin staat bijvoorbeeld dat de initiatieven in ieder geval kleinschalig, duurzaam en ecologisch moeten zijn. En dat gebruikers rekening moeten houden met brandveiligheid, gezondheid en overlast. Een ‘omgevingsteam’ van de gemeente beoordeelt of de initiatieven binnen het kader passen. Dat team komt om de hoek nadat het bestuur van de coöperatie en het zogeheten ‘reflectieteam’ van inwoners hebben ingestemd met het initiatief. Dat is erg belangrijk, vindt lid van het nieuwe bestuur van de Coöperatieve Vereniging Woldwijk, Jan Borkent: ''Interactie met de omgeving is noodzakelijk. Onbekend maakt onbemind, totdat je zelf betrokken raakt. We hebben te maken met verschillende belangen vanuit de omgeving. Onze uitdaging is om de verschillende lijntjes zo aan elkaar te knopen dat iedereen ermee kan leven.' Is dat laatste het geval én past het initiatief dan ook nog binnen het kader, is het veilig, gezond en veroorzaakt het geen overlast, dan stemt het omgevingsteam in.

Wonen in een yurt of tiny house
'Binnen het project Woldwijk kijken we naar de minimale regels', vertelt Borkent. 'Zo willen er een aantal mensen op het terrein in een yurt wonen, een Aziatische tent. Een yurt is anders dan een woonhuis, maar dat betekent niet dat je er niet permanent in kunt wonen. Wel is er dan onderzoek nodig, naar brandveiligheid bijvoorbeeld. In dit geval is de brandweer op bezoek geweest in de yurt. De eigenaren hebben uitgelegd hoe zij omgaan met brandveiligheid. De brandweer, betrokken bij het omgevingsteam, vond het een acceptabel risico en gaf groen licht. Er staan er nu drie.' Er komen ook circa tien tiny houses op het terrein. Het urine- en waswater van de bewoners moet gezuiverd zijn voordat het in het oppervlaktewater terecht komt. Borkent: 'De toekomstige bewoners hebben een zuivering door middel van een helofytenveld voorgesteld aan het omgevingsteam. Het omgevingsteam onderzoekt nu of er met deze methode inderdaad geen belasting is voor het milieu. Ook vindt er hierover overleg plaats met het waterschap.'

Het kost veel tijd
'We hebben veel aan het eerste bestuur te danken', zegt Jan Borkent. 'Formele zaken als een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente, de oprichting van de coöperatie en huurovereenkomsten met initiatiefnemers kostten veel tijd en energie, maar zijn op een erg goede manier voorbereid.' Voor de volgende fase van het project werd besloten dat de leden van de Coöperatie Woldwijk zelf in het huidige interim-bestuur zitting zouden nemen. Ook vond een heroverweging plaats van wat de CV Woldwijk wil realiseren. Wat Jan Borkent wel lastig vindt, is dat het allemaal zoveel tijd in beslag neemt. Meer dan verwacht: 'Vorig jaar zijn we het hele jaar druk geweest met financiën en juridische dingen. En toen stonden er alleen nog maar drie yurts. We zijn sinds 2014 bezig en pas sinds dit jaar is er echt iets te doen op het terrein. De voorbereiding kostte veel tijd, dat viel me tegen.'

Wat willen we?
Met de kennis en ervaring van nu zou Borkent bij een dergelijk experiment al vanaf het begin meer nadruk leggen op de inhoud: wat willen we en waarom? 'We kleurden de beginfase heel formeel juridisch in, wat logisch is. Maar de initiatiefnemers waren daardoor misschien minder sterk verbonden.' Bosch: 'Als je dit nog een keer doet, heb je veel meer ervaring en kun je eerder beginnen met de inhoudelijke discussie. Het pionierswerk zit erop. Daar kunnen andere gemeenten die iets soortgelijks van plan zijn van profiteren. Zij kunnen de contract- en werkvormen die in Ten Boer zijn ontwikkeld, gebruiken.' 

Het digitaal stelsel Omgevingswet in de praktijk

Bij het ontwikkelen van het digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) staat de gebruiker centraal. Ook dit kwartaal zijn er daarom een aantal praktijkproeven uitgevoerd. Met deze proeven worden de nieuwe ontwikkelingen getest. De casussen van de praktijkproeven waren uiteenlopend en leverden nieuwe inzichten op. Hoe makkelijk het is om erachter te komen of je die boom in je achtertuin mag kappen, bijvoorbeeld.

De ontwikkelaars kozen ervoor om scenario’s vanuit het oogpunt van de gebruiker van het omgevingsloket op te stellen. Een gebruiker kan een planmaker of vergunningverlener zijn, maar ook een belanghebbende of initiatiefnemer. Mirella van der Velde, coördinator van de praktijkproeven, is enthousiast over de praktijkproeven van de afgelopen maanden: ‘Het waren eerst vooral heel technische proeven, maar nu zijn we in het stadium beland dat het integraler wordt. We zijn nu in de fase waarin we kijken wat het stelsel betekent voor de gemeenten en provincies. Steeds meer mensen kunnen dus meedoen.’



‘We moeten nagaan welke zoektermen gebruikers invoeren’

Een kapvergunning aanvragen
Zo bogen de gemeenten Rotterdam, Den Haag en Westland zich samen met de provincie Zuid-Holland en omgevingsdienst Haaglanden over de aanvraag van een kapvergunning. ‘De vraag hierbij was: stel je hebt een conifeer in je tuin staan, waar je vanaf wil. Kun je dan gemakkelijk in het omgevingsloket opzoeken of je de boom mag kappen? Kun je door een paar vragen te beantwoorden, in één oogopslag zowel de gemeentelijke als provinciale regels in je scherm zien?’ Dat blijkt mogelijk. De juridische term voor het kappen van een boom is ‘vellen houtopstand’, maar je kunt de regels ook vinden als je zoekt op ‘zagen’ en ‘kappen’. Een succesvolle proef dus. Maar er valt ook nog wel wat te verbeteren volgens Van der Velde: ‘Als je conifeer intoetst, krijg je bijvoorbeeld nog niets. Voor verdere ontwikkeling moeten we dus nagaan welke zoektermen gebruikers invoeren.’



‘Je loopt tegen allerlei technische problemen aan’

Brug tussen station Zwolle en centrum
Een ander voorbeeld van een praktijkproef van het afgelopen kwartaal, is het opstellen en indienen van een vergunningsaanvraag. Het voorbeeld bij deze proef was een initiatiefnemer met behoefte aan een bruggetje tussen station Zwolle en het stadscentrum. ‘Stel je hebt zo’n idee. Dan begin je bij het landelijk loket en dien je jouw plan, inclusief bouwtekeningen, in. Wat wij testten, is hoe we dat plan dan makkelijk bij de juiste partij, in dit geval het waterschap, kunnen krijgen. Dat klinkt misschien als een simpele proef, maar het is best wel ingewikkeld. Je loopt namelijk tegen allerlei technische problemen aan. Denk aan toegangs- en beveiligingszaken. Bovendien moeten de omgevingen van het DSO en Powerbrowser, de applicatie waar veel waterschappen en Rijkswaterstaat gebruik van maken, goed op elkaar aansluiten om met elkaar te communiceren. Daar kan nog veel aan gesleuteld worden.’



'Alle juridische regels bij elkaar, dat scheelt een hoop zoekwerk’

Het starten van een afvalverwerkend verblijf
De proef waar Van der Velde het meest enthousiast over is, is die van de provincie Gelderland, Waterschap Drents-Overijsselse Delta, een gemeente en het Rijk. Het gaat om een interbestuurlijke proef. 'Eigenlijk is de vraag: wat gebeurt er als er vier lagen juridische regels zijn voor een kwestie en je wil die allemaal in hetzelfde scherm weergeven, kan dat?’ De casus voor deze proef was een ondernemer die een afvalverwerkend bedrijf wil starten. Het waterschap, de provincie, het Rijk en de gemeenten hebben hier allemaal hun eigen regels voor die voor de proef bij elkaar gebracht zijn. En met succes: ‘Dat vind ik heel gaaf om te zien. Het systeem is voor een ondernemer heel prettig: je hoeft alleen maar te klikken op jouw locatie op de kaart en dan heb je je antwoord en alle juridische regels bij elkaar. Dat scheelt een hoop zoekwerk.’



‘Straks kun je gerichter zoeken, dat is veel overzichtelijker’

Een duidelijke verordening opstellen
Interessant was ook de praktijkproef van de provincie Utrecht. De vraag van de provincie was: hoe stel je het makkelijkst een verordening op? 'Normaal gesproken stellen juristen de regels op, die vaak in een los pdf-document terechtkomen. Maar zulke losse documenten zijn niet makkelijk doorzoekbaar voor inwoners. De gemeente heeft daarom samen met juristen gekeken hoe ze haar regels het beste kan ordenen. Daarna heeft de gemeente gekeken of het toevoegen van allerlei gegevens aan die regels, annoteren, het zoeken eenvoudiger maakt voor de burger. Dat bleek het geval. Vervolgens is de gemeente aan de slag gegaan met een leverancier, Tercera, om te bekijken hoe de regels het beste ingedeeld en weergeven kunnen worden voor de inwoners.’ De nieuwe omgeving die gerealiseerd wordt, is een enorme verbetering volgens Van der Velde: 'Eerst moest je als burger veel zoeken in pdf-documenten. Straks kun je gerichter zoeken op wat je nodig hebt, dat is veel overzichtelijker.’

Het programma, een veelzijdig instrument

Voor het kerninstrument programma is nu nog weinig aandacht. De term programma is niet nieuw, maar de verschillende toepassingsvormen zijn soms nog onbekend. Overheden denken niet altijd aan programma’s als zij beleidsdoelen uit de omgevingsvisie handen en voeten geven. Toch biedt het kansen om een visie in samenhangende, effectieve maatregelen te vertalen. Ontdek de veelzijdigheid van het programma.

Vrijwel alle overheden werken al met een vorm van het programma. In de Omgevingswet heeft dit instrument een specifieke plek in de beleidscyclus. Waar de omgevingsvisie strategisch en integraal van karakter is, met beleidslijnen voor de langere termijn, is een programma concreter en meer op uitvoering gericht. Het beleid voor een of meer onderdelen van de fysieke leefomgeving wordt hierin uitgewerkt. Je kunt één of meerdere programma’s opstellen voor verschillende onderdelen van de fysieke leefomgeving. Vooral als een visie abstract is, kan behoefte bestaan aan doorvertaling naar een concreet en samenhangend pakket van maatregelen. In een programma kun je dat voor bepaalde onderwerpen in samenhang doen. Er zijn vier soorten programma’s:

1. Onverplichte ‘vrije’ programma’s
Onverplicht wil zeggen dat je het instrument op eigen initiatief en naar eigen behoefte inzet. Het instrument biedt flexibiliteit in de vormgeving en uitwerking van beleidsdoelen. Voorbeelden zijn een gemeentelijk rioleringsprogramma of een structuurvisie voor gebiedsuitwerkingen.

2. Verplichte programma’s volgend uit EU-regelgeving
Het gaat hierbij om al bestaande plannen en programma’s die volgen uit Europese regelgeving. Zoals de richtlijn omgevingslawaai, de kaderrichtlijn water, de richtlijn overstromingsrisico’s en de richtlijn luchtkwaliteit.

3. Verplichte programma’s bij dreigende overschrijding van een omgevingswaarde
Dreigt een vastgestelde omgevingswaarde, zoals de geluid-, geur- of lichtnorm, te worden overschreden, dan moet in beginsel de gemeente of waterbeheerder een programma opstellen. De maatregelen in het programma zorgen ervoor dat blijvend aan de omgevingswaarde wordt voldaan.

4. Programma’s met programmatische aanpak
Dit is voor decentrale overheden een nieuw instrument. Het bepaalt de gebruikersruimte, of creëert ontwikkelingsruimte. Dat gebeurt via samenhangende activiteiten en maatregelen in een gebied waar omgevingswaarden of andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving onder druk staan.

Programma’s in de praktijk
Het vrije programma is een flexibel instrument. Je kunt de inzet van andere (kern)instrumenten aankondigen of aangeven dat je een subsidieregeling wilt starten, een communicatiecampagne beginnen of je kunt een samenwerkingsverband aangaan. Het is ook een handig middel om regionaal het gesprek te voeren over een gedeelde opgave. Onderwerpen als de energietransitie, klimaatadaptatie en gebiedsontwikkeling, maar bijvoorbeeld ook het beleid voor bepaalde milieuaspecten of vervoer, lenen zich goed om uit te werken in een programma. De huidige gebiedsgerichte structuurvisie voor de uitwerking van de ontwikkeling van een (deel)gebied is een ander voorbeeld waarvoor het programma geschikt is. Programma’s kunnen gelijktijdig of volgend op een omgevingsvisie worden vastgesteld. Maar ze hebben een kortere looptijd dan een visie. Met een programma committeert een overheid zich niet alleen aan het nemen van concrete, samenhangende maatregelen, het zorgt ook voor meer kenbaarheid van beleid. Een overheid geeft er namelijk mee aan waarom ze bepaalde maatregelen neemt voor een bepaalde opgave. Participatie en inspraak horen ook bij de totstandkoming van een programma.

Andere soorten programma’s
Naast het meer ‘vrije’ programma dat naar believen ingezet kan worden, kent de Omgevingswet nog drie vormen waarvan twee vormen verplicht zijn. Zie hiervoor de bovenstaande opsomming. Op grond van Europese regels is het opstellen van een programma voor een aantal onderwerpen verplicht. Dit is onder meer aan de orde bij geluidbeheersing, waterbeheer en natuurbeheer. Daarnaast is een programma verplicht als niet aan een bepaalde omgevingswaarden wordt voldaan. Dan moet een programma ertoe leiden dat dit wel gebeurt. Tot slot is er nog de mogelijkheid om voor bepaalde situaties een programma op te stellen, om de toelaatbaarheid van specifieke activiteiten, zoals projecten en andere initiatieven te kunnen beoordelen. Dit is een heel specifieke vorm van het programma. Deze wordt aangeduid als een programma met een programmatische aanpak.

Heb je het programma nodig?
Heb je het kerninstrument programma - naast de verplichte programma’s - eigenlijk nodig? Dat hangt af van je ambities, doelen en de abstractheid van je visie. Hoe abstracter je visie, hoe handiger het kan zijn 1 of meer ‘vrije’ programma’s vast te stellen. En hoe veelomvattender je ambities zijn, hoe meer een programma’s mogelijkheden bieden om alle maatregelen in samenhang te beschrijven. Kern van een programma is: het maakt maatregelen voor belanghebbenden herkenbaarder en beter te duiden in hun samenhang. En het is ook handig om de daadwerkelijke uitvoering van matregelen te kunnen volgen en verantwoorden.

Lees meer over het kerninstrument programma. 
Lees meer over de samenhang van de kerninstrumenten.

 

Nationale Omgevingsvisie: richting geven en ruimte laten

De Omgevingswet vraagt om een visie op het omgevingsbeleid. Van de gemeenten en provincies, maar ook landelijk. Zo is een projectteam bij Binnenlandse Zaken hard bezig met het ontwerp van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Hierin wordt de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Nederland omschreven. Directeur NOVI Emiel Reiding vertelt: 'Het is een richting. Geen vrijblijvend advies, maar wel met ruimte voor regionale uitwerking. Straks moet er een beleid liggen waarmee we perspectief en richting geven.'

Betekent de NOVI dat gemeenten en provincies hun plannen straks overhoop moeten gooien?
Reiding: 'Overhoop niet uiteraard. Bovendien ligt de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid grotendeels bij gemeenten en provincies. Alleen: er zijn met de energietransitie, het klimaatbeleid, de veranderingen in de landbouw en het aantal te bouwen woningen en de relatie met bereikbaarheid een aantal grote veranderingen en wensen Die zijn van nationaal belang en vragen bovenregionale keuzes. Daarom moeten we goed samenwerken. Neem het wonen. Er moeten tot 2030 1 miljoen woningen worden bijgebouwd om de groei in steden bij te benen. Maar: je kunt wel decentraal bedenken waar meer woningen te bouwen, alleen deze moeten ook goed bereikbaar zijn. En daar wordt wat van de rijksoverheid verwacht. En welk effect heeft dat weer op de luchtkwaliteit en het groen? Kortom: het lukt niet alleen, je hebt elkaar nodig. Samen moeten we slimme combinaties maken. In steden bijvoorbeeld door wonen, werken, bereikbaarheid, verduurzaming, groen en wateropvang in één plan te vatten.  Denk bijvoorbeeld aan groene daken en gevels, met zonnecollectoren.' 

Onlangs verscheen het Kabinetsperspectief, waarin duidelijk wordt waar de prioriteiten liggen. Wat kunnen én wat moeten gemeenten en provincies hiermee?
Reiding vervolgt: 'We hopen dat het Kabinetsperspectief op regionaal niveau discussie uit zal lokken. We gaan graag verder in gesprek met de gemeenten en provincies. In gebiedsdialogen willen we het lokale, regionale en nationale niveau met elkaar verbinden. Wat kunnen we gezamenlijk doen aan het realiseren van onze nationale belangen? Hoe kunnen we meer bouwen in steden en tegelijkertijd de leefbaarheid verbeteren? En hoe kunnen windmolens ook iets opleveren voor een gemeenschap? Zie bijvoorbeeld het streven van Goeree-Overflakkee om al in 2020 energieneutraal te zijn. We hebben drie urgente onderwerpen uitgelicht, namelijk: klimaatverandering en energietransitie, verstedelijking en landbouw en landelijk gebied. Het is goed om ook de regionale omgevingsvisies op deze thema’s aan te laten sluiten. Andersom gebruiken wij natuurlijk ook de regionale plannen als input. Provincies en gemeenten zijn in hun eigen omgevingsvisies zelf verantwoordelijk voor de keuzes in de fysieke leefomgeving, maar er zijn wel nationale kaders. Neem bijvoorbeeld het aanstaande klimaatakkoord. Die afspraken staan, en daar moeten we ons allemaal aan houden.' 

Wat gaan gemeenten en provincies merken van de NOVI?
Gaston Gelissen is lid van het NOVI-team. Hij is onder andere bezig met de uitwerking van het ontwerp dat begin 2019 klaar moet zijn. Daarvoor trekt hij veel het land in. 'De provincies en gemeenten spelen een belangrijke rol. Daarom zoeken we de interactie op en vragen we de Omgevingswet-implementatiemanagers om mee te denken. We zijn er niet om ons te bemoeien met regionaal beleid. We denken met elkaar mee. Bijvoorbeeld over regionaal maatwerk. Iedere provincie of gemeente heeft immers te maken met andere uitdagingen en omstandigheden. Een voorbeeld: in stedelijke gebieden kan het water niet goed in de grond weg en in bepaalde landelijke gebieden is de grond juist te nat. Daarom is de gezamenlijke, gebiedsgerichte uitwerking in omgevingsagenda’s bij de uitwerking en doorwerking van de NOVI zo belangrijk.' 

Benieuwd naar het Kabinetsperspectief? Bekijk het dan hier.

Het succes van een ander samenspel

De huidige tijdgeest vraagt om een ander samenspel tussen overheid en samenleving. Bewoners maken zich zorgen om een plan van de gemeente en vragen om gehoord te worden. Raadsleden zoeken een nieuwe bestuurlijke rol bij de verdeling van bestemmingen. Binnen de nieuwe Omgevingswet wordt participatie verplicht voor elke initiatiefnemer. Of je nu bewoner, bedrijf of overheid bent: je zult je moeten verantwoorden over hoe je de buren hebt betrokken bij je plan en wat je met de input hebt gedaan. Drie geslaagde voorbeelden. 

Den Haag

Bewoners stellen zelf een gebiedsvisie op

Gemeente Den Haag wilde graag het Westbroekpark en de Scheveningse Bosjes herinrichten, maar stuitte daarbij op veel weerstand van bewoners. Tijd om de rollen om te draaien, dacht adviseur Eljo de Galan. We laten niet de gemeente, maar bewoners de gebiedsvisie schrijven.

Denktank
Met bewoners stelde zij een Denktank samen. Deze groep bewoners kreeg van de gemeente de officiële opdracht om een gebiedsvisie op te stellen. Een onafhankelijke begeleider ondersteunde hen hierbij. In het najaar van 2017 bood de Denktank de visie aan in de gemeenteraad. Deze werd goedgekeurd en de gemeente voert de visie nu uit. De Denktank is inmiddels opgeheven, maar ook bij de uitvoering van de gebiedsvisie mogen bewoners weer meedoen als ze willen.

Lees hier het hele verhaal van Eljo de Galan.

Nootdorp

Omgevingswet in de jaren ‘90?

Is de nieuwe manier van werken volgens de Omgevingswet uitgevonden in Nootdorp? Statenlid Ben de Vries stelt van wel. Hij was gemeenteraadslid in Nootdorp toen de gemeente in de jaren ’90 al een soort omgevingsvisie maakte, met de gemeenteraad zelf aan het stuur.

Integraal ontwikkelingsplan
Nootdorp kreeg aan het einde van de vorige eeuw in tien jaar tijd veel meer inwoners. Dat vroeg om een nieuwe toekomstvisie. Bij het vormgeven van de toekomst wilde de gemeenteraad zelf een ontwikkelingsplan maken voor de gehele omgeving. Eén integrale commissie waarin alle fractievoorzitters, wethouders, de burgemeester en een ambtelijk projectleider zaten, stelde dit plan samen. Maar dit deden zij niet alleen. Verenigingen, bewoners, ondernemers en scholen werden uitgenodigd om naar de plannen te komen kijken en mee te praten over de toekomst.

Lees het complete verhaal van Ben de Vries hier.

Culemborg

Herbestemming watertoren in overleg met bewoners

Bij de verkoop van de watertoren in Culemborg speelden buurtbewoners een belangrijke rol. Zij maakten in opdracht van de eigenaar, waterleidingbedrijf Vitens, de verkoopbrochure voor de watertoren en werden vervolgens ook betrokken bij de weging van de ingediende plannen.

Beklimmen toren
Toen de toren in 2005 door Vitens buiten gebruik werd gesteld, gaf bewonersvereniging BEL aan graag betrokken te worden bij de nieuwe bestemming van de toren. Zij wilden ervoor zorgen dat iedereen in de omgeving blij zou zijn met de nieuwe bestemming. De belangrijkste wens van de bewoners was dat de beklimmingen van de toren door moeten gaan. Er volgde een traject van vier jaar, waarin Vitens en de buurt samen opliepen naar de verkoop van de toren. En waarin de bewoners in opdracht van Vitens de verkoopbrochure maakten.

Lees het complete verhaal over de watertoren hier.

Terugblik: Gewoon doen; praktijk in beweging

In heel Nederland komt de Omgevingswet inmiddels echt tot leven. Dat bleek tijdens het Praktijkfestival en de Bestuurdersbijeenkomst, die traditiegetrouw gezamenlijk plaatsvinden. Van inzichten uit de praktijk en kijken in de keuken van anderen kun je immers veel leren. Bijna 600 praktijkmensen en 120 bestuurders, waaronder minister Kajsa Ollongren, gingen met elkaar in gesprek over werken met de Omgevingswet. Er was een echt festivalprogramma met diverse podia en een markt. De dag werd afgesloten met de bekendmaking van de winnaar van de Aandeslag Trofee: Hart van Holland.

Lees het sfeerverslag van het Praktijkfestival
Lees de terugblik op de Bestuurdersbijeenkomst

Aan de slag met… communicatie

Goede communicatie is onmisbaar bij de implementatie van de Omgevingswet. Communicatieadviseurs helpen de communicatie over de wet vorm te geven en adviseren over participatie bij de Omgevingsvisie en interne communicatie bij cultuurverandering. Zij zijn onmisbaar voor veel implementatieteams bij gemeente, provincie of waterschap. Daarom organiseerde het programma Aan de slag met de Omgevingswet in juli een speciale slagsessie voor communicatieadviseurs. Zo’n tachtig deelnemers wisselden ervaringen uit over hoe je de Omgevingswet communicatief aanpakt. Ze onderzochten hoe je binnen je eigen regio communicatief kunt samenwerken, zoals op het gebied van water. Ook wisselden ze van gedachten over welke rol je straks kunt pakken in participatietrajecten van anderen en over hoe je je organisatie nu al warm maakt voor een wet die pas in 2021 van kracht wordt. Van de bijeenkomst is een sfeerverslag gemaakt.

Omgevingswetweetjes

De invoering van de Omgevingswet is een uitgelezen moment om als regionale of lokale overheid het ruimtelijk beleid tegen het licht te houden en de eigen ambities op een rijtje te zetten. Medio 2018 had ongeveer 32% van de gemeenten, 33% van de provincies, 42% van de waterschappen en 35% van de omgevingsdiensten het bestuur een ambitieniveau laten vaststellen voor de invoering van de wet. Als we verder kijken bij de groep gemeenten met een vastgesteld ambitieniveau, dan vallen bijvoorbeeld de volgende dingen op:

  • Verbetering van de dienstverlening is met 77% de meest genoemde ambitie die gemeenten hebben.
  • Nastreven van duurzaamheidsdoelen is met 72% een goede tweede.
  • Energietransitie (62%) en klimaatadaptatie (68%) vormen stevige middenmoters, terwijl ambities rondom het verbeteren van de fysieke veiligheid maar 50% van de gemeenten genoeg weet te boeien om er aparte ambities voor vast te stellen.

Wil je meer weten over hoe het zit met de ambities van provincies, waterschappen, rijksinstanties, omgevingsdiensten, veiligheidsregio’s en GGD’s? Kijk dan in het dit kwartaal gepubliceerde verslag van het inventarisatie-onderzoek onder programma-managers en projectleiders bij de verschillende overheden. In dit onderzoek staat nog veel meer over de staat van de invoering bij deze groepen overheden per medio 2018.

Praktijkgerichte info bij het Informatiepunt

Het Informatiepunt Omgevingswet zorgt voor informatie over en toelichting op de Omgevingswet en de onderliggende regels. Sommige zaken laten zich echter niet gemakkelijk uitleggen. De samenhang van de instrumenten van de Omgevingswet bijvoorbeeld. Daarom heeft het Informatiepunt deze informatie aangevuld met praktijkgerichte informatie. Denk bijvoorbeeld aan fictieve casussen over de werking van de wetsinstrumenten in de praktijk: toegankelijkheid, jachthaven, projectbesluit en wateroverlast (klimaatadaptatie), lees meer.

Heb je al nieuwe werkafspraken gemaakt met collega-overheden?

    • A Ja natuurlijk, dat hoort bij de Omgevingswet
    • B Nee, de collega’s beantwoorden mijn mail niet
    • C We richten ons eerst op onszelf en daarna op anderen
    0 bezoekers hebben al gestemd

    Colofon


    Kwartslag is een uitgave van het programma Aan de Slag met de Omgevingswet en verschijnt 4 keer per jaar. Kwartslag informeert laagdrempelig over de actuele stand van zaken rondom de implementatie van de Omgevingswet. En alles wat daarbij komt kijken. Heeft u naar aanleiding van deze editie nog vragen, suggesties of opmerkingen, laat het ons dan weten. 

    Ontwerp en realisatie: Kris Kras context, content and design 


    Privacy: Door u te abonneren op deze uitgave geeft u automatisch toestemming voor het gebruik van uw gegevens door het programma Aan de Slag met de Omgevingswet. Uw gegevens worden niet anders gebruikt dan voor toezending van deze uitgave en incidenteel voor het sturen van andere relevante informatie met betrekking tot de Omgevingswet of het programma. Wij verkopen uw gegevens niet aan derden.

    Disclaimer: u kunt geen rechten ontlenen aan de inhoud van deze uitgave.

    Mocht u geen prijs stellen op ontvangst van Kwartslag, dan kunt u zich hier afmelden.

    Meer informatie vindt u op www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl 
    Volg ons op Twitter via: @AandeslagOw
    En op LinkedIn

    Het programma Aan de slag met de Omgevingswet is een initiatief van de VNG, het IPO, de UvW en het Rijk.

    Cookiebeleid


    Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina's van deze website wordt meegestuurd en door je browser op de harde schijf wordt opgeslagen. De daarin opgeslagen informatie kan bij een volgend bezoek weer naar onze servers teruggestuurd worden. 

    Cookies in- en uitschakelen 
    Meer informatie omtrent het in- en uitschakelen en het verwijderen van coockies kan je vinden in de instructies en/of met behulp van de Help-functie van jouw browser. 

    Google Analytics 
    Via onze website worden cookies geplaatst van het Amerikaanse bedrijf Google, als deel van de "Analytics"-dienst. Wij gebruiken deze dienst om bij te houden en rapportages te krijgen over hoe bezoekers de website gebruiken. Google kan deze informatie aan derden verschaffen indien Google hiertoe wettelijk wordt verplicht, of voor zover derden de informatie namens derden verwerken. Wij hebben hier geen invloed op. Wij hebben Google niet toegestaan om de informatie te gebruiken voor andere Googlediensten. 

    De informatie die Google verzamelt wordt zoveel mogelijk geanonimiseerd. Uw IP-adres wordt nadrukkelijk niet meegegeven. De informatie wordt overgebracht naar, en door Google opgeslagen op servers in de Verenigde Staten. Google stelt zich te houden aan de Safe Harbor principles en is aangesloten bij het Safe Harbor-programma van het Amerikaanse Ministerie van Handel.