Deze website maakt gebruik van cookies. Lees hier meer hierover. Deze website gebruikt cookies.

Hoe de instrumenten van de wet samenwerken

Voor wie werkt in het omgevingsrecht is het geen nieuws meer: in 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Bij de wet, die als doel heeft om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te beschermen en te ontwikkelen, krijgen overheden een goed gevulde gereedschapskist cadeau. Met het gereedschap, de kerninstrumenten, kan de overheid invloed uitoefenen op de fysieke leefomgeving. Een introductie op de instrumenten en hoe ze samenwerken.

Als je de gereedschapskist van de Omgevingswet opent, vind je de omgevingsvisie, programma’s, decentrale regels, algemene rijksregels, de omgevingsvergunning en het projectbesluit. Rijk, provincies en gemeenten stellen een omgevingsvisie op. Hierin beschrijven ze de kenmerken van het grondgebied, maatschappelijke opgaven, wensen,  ambities en de langetermijnvisie om dit aan te pakken. Voor waterschappen is een omgevingsvisie niet verplicht. In een programma, het tweede instrument, beschrijven overheden de maatregelen die zij willen nemen om hun doelen te behalen. Het Rijk heeft de algemene rijksregels en onder de decentrale regels vallen het gemeentelijk omgevingsplan, de omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Met het instrument projectbesluit kunnen Rijk, provincies en waterschappen invloed uitoefenen op het omgevingsplan van de gemeente.   

Decentraal, tenzij
Het programma Aan de Slag met de Omgevingswet ontwikkelde een aantal figuren om de verbanden tussen de kerninstrumenten en de verschillende overheidslagen te illustreren. De afbeelding bij dit artikel laat de samenhang zien tussen de omgevingsvisies, vrijwillige programma’s, het omgevingsplan en de waterschaps- en omgevingsverordering van de verschillende overheden.

Zoals het figuur laat zien, spreken we van vier domeinen: het Rijk, de provincie, het waterschap en de gemeente. Het gemeentelijk omgevingsplan – dat valt onder het instrument decentrale regels – vormt het middelpunt. En dat is niet voor niets. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet is immers ‘decentraal, tenzij’. De wet spoort de gemeenten en waterschappen aan om als eerste overheidslaag na te denken over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving op lokaal niveau. Daar tegenover staat dat een gemeente geen omgevingsplan kan maken als zijzelf en de andere overheidslagen niet al hebben nagedacht over hun stip op de horizon. Met andere woorden: over hun omgevingsvisie. Vanuit die omgevingsvisie hebben het Rijk, de provincie en de gemeente twee opties: ze kunnen eerst een programma maken en daarin nadenken over hoe ze hun visie willen realiseren. Maar dat is niet verplicht. Ofwel via een programma, ofwel zonder een programma, gaat de gemeente vervolgens aan de slag met haar omgevingsplan. En waar de gemeente het omgevingsplan heeft, heeft het Rijk het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL), de provincie de omgevingsverordering en het waterschap de waterschapsverordening.

Goed overleg noodzakelijk
Via het BKL kan het Rijk invloed uitoefenen op het omgevingsplan van een gemeente. In het BKL zitten namelijk de zogeheten instructieregels. Een voorbeeld van zo’n regel is dat de gemeente bij het aanwijzen van functies in het omgevingsplan voldoet aan voorgeschreven afstanden en woonfuncties. En tegelijkertijd rekening houdt met bijvoorbeeld een fabriek in het gebied waar risico op ontploffingen een rol speelt. Het Rijk kan ook deze regels opleggen aan de provincie en aan het waterschap. De provincie kan de regels op haar beurt opleggen aan de gemeente en het waterschap. De waterschapsverordening van het waterschap en het omgevingsplan van de gemeente hebben trouwens een bijzondere relatie. Ze zijn als het ware broer en zus. De gemeente en het waterschap moeten daarom goed overleggen wie wat opneemt. Hetzelfde geldt voor de gemeente en de provincie. Het is belangrijk dat zij afspraken maken over hoe dingen geregeld worden, om dubbel werk te voorkomen. Wat de provincie in de verordening opneemt, hoeft dan niet meer in het omgevingsplan. En andersom.  

Bij het zien van de verbanden zal niemand ervan opkijken dat een belangrijke boodschap aan de overheden is, dat zij rekening moeten houden met elkaars taken en bevoegdheden. Dat staat letterlijk in de Omgevingswet. Het is daarom raadzaam dat overheden met elkaar in gesprek gaan. Het aanpakken van een maatschappelijke opgave vergt soms dat naast een gemeente, ook een waterschap, provincie en het Rijk maatregelen nemen. De kenmerken van een gebied houden immers niet op bij de grenzen van het grondgebied.

Meer informatie over de samenhang tussen de verschillende instrumenten van de Omgevingswet vind je op onze website

'Durf te doen, laat je inspireren'

‘Overheden zijn in hun eigen tempo aan de slag met de Omgevingswet. De meeste zijn inmiddels toe aan verdieping. Ook binnen de werkprocessen van hun eigen organisatie. Met een blik naar buiten de eigen organisatie klaarstomen. Dat is een paradox waar iedereen mee te maken krijgt’, aldus Heleen Groot, waarnemend directeur van het programma Aan de slag met de Omgevingswet. Groot introduceert de genomineerden voor de Aandeslag Trofee 2018. 

Heleen Groot is al langer betrokken bij de Omgevingswet. Als afdelingshoofd en plaatsvervangend directeur Omgevingswet bij het ministerie van BZK was zij medeverantwoordelijk voor het maken van de wet. Groot: ‘Nu zie ik hoe de wet in de praktijk vorm krijgt. Hoe mooi het kan zijn, hoeveel energie er vrijkomt bij nieuwe vormen van samenwerking. Intern, in de keten, met alle overheden, maatschappelijke organisaties, inwoners en bedrijven in de regio. Maar ik zie ook hoe lastig het kan zijn, doordat tegengestelde belangen nu expliciet naar voren komen. Durf in deze fase te experimenteren, durf te doen. En laat je daarbij inspireren door anderen. Maar houd ook oog voor de eigenheid van jouw organisatie en opgave.’ Door heel Nederland zijn voorbeelden te vinden van overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven die op hun eigen manier werken aan Omgevingswetprojecten. Deze inspirerende projecten verdienen het om in het zonnetje gezet te worden. Daarom organiseert het programma jaarlijks een verkiezing voor de Aandeslag Trofee. Een introductie van de zes genomineerden van 2018. 


Eerste nominatie
Gemeenten Hart van Holland

De tien gemeenten in het Hart van Holland werken samen aan een regionale agenda omgevingsvisie 2040. Die samenwerking verloopt op een bijzondere manier en écht gezamenlijk. Het project heeft stappen gezet in de manier van participatie. Medewerkers van gemeenten hebben bewoners en andere belanghebbenden niet in een zaaltje gezet, maar zijn letterlijk naar ze toe gegaan. Lees meer over deze nominatie op onze website.    


Tweede nominatie
Provincie Noord-Brabant

Met de Brabantse Omgevingsvisie blinkt de provincie Noord-Brabant uit in goede samenwerking op inhoudelijke thema’s. Op water en klimaat bijvoorbeeld. De samenwerking is breder dan alleen het proces van de omgevingsvisie. Met methodisch innoveren heeft de provincie de veranderopgave van de Omgevingswet omarmd. Dit leidde tot een vernieuwend proces met onverwachte partners. Lees over deze nominatie op onze website.    


Derde nominatie
Gemeente Leidschendam-Voorburg

De gemeente Leidschendam-Voorburg werkt op maar liefst drie vlakken in de geest van de Omgevingswet. Zo is zij intern al klaar voor de één-loket gedachte. Inwoners hoeven nog maar één vergunning aan te vragen. Een kaartviewer biedt daarnaast direct toegang tot relevante beleidsstukken en (omgevings)plannen. Tot slot betrekt de gemeente initiatiefnemers bij de gebiedsontwikkeling van de Klein Plaspoelpolder. Lees meer over deze nominatie op onze website.


Vierde nominatie
Gemeente Delft

De gemeente Delft experimenteert met het versnellen van duurzame innovatie én participatie in een flexibel omgevingsplan voor The Green Village. Dit is een proeftuin voor duurzame innovaties op de campus van de TU Delft. In dit openluchtlaboratorium worden nieuwe technologieën voor de woon- en leefomgeving getest. Lees meer over deze nominatie op onze website.


Vijfde nominatie
Gemeente Raalte

Bij het opstellen van haar omgevingsvisie gebruikt de gemeente Raalte een vernieuwende participatieaanpak. Met die aanpak wil de gemeente mensen uit alle hoeken van de Raaltse gemeenschap betrekken. En dat lijkt te lukken. Doelgroepen die normaal gesproken niet zo snel meedoen, worden ook bereikt. Dit dankt de gemeente vooral aan de opleiding die ambtenaren en inwoners samen volgden om 'luistervinkjes' te kunnen zijn. Die vinkjes gaan actief naar plekken waar diverse doelgroepen komen. Lees meer over deze nominatie op onze website.  


Zesde nominatie
Gemeente Staphorst

De gemeente Staphorst maakt serieus werk van integraal werken. Dat is te zien in de aanpak van de omgevingsvisie, maar ook in het proces Efficiënte inrichting Omgevingsrecht (EPOS). De omgevingsvisie van Staphorst is niet alleen een visie voor de fysieke leefomgeving, maar bevat in veel opzichten ook de visie voor het sociale en economische domein. Daarmee gaat de visie verder dan de Omgevingswet vereist. Lees meer over deze nominatie op onze website. 

Waar staan we met het digitaal stelsel Omgevingswet?

Het samenspel tussen de DSO-landelijke voorziening, de verschillende overheden en hun leveranciers stond het afgelopen kwartaal centraal. Bert Uffen, directeur van het deelprogramma DSO van het programma Aan de Slag met de Omgevingswet, gaat dan ook in op het thema: It takes two to tango.

De provincie Gelderland, het Waterschap Drents Overijsselse Delta, de gemeente Heerde, Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Amersfoort hebben praktijkproeven gehouden om de nieuwe ontwikkelingen te testen. ‘De kwartaaldemonstraties zijn altijd een hoogtepunt,’ zegt Uffen, ‘al is er ook deze keer voor de ontwikkelteams weer sprake geweest van weekend- en nachtwerk.’

Klaar om te oefenen
Joyce de Jong, Productmanager bij het deelprogramma DSO-landelijke voorziening vertelt dat er twee grote stappen zijn gemaakt: het is mogelijk de eerste mutaties op omgevingsdocumenten te doen en de eerste oriënteren via vragenbomen (checken) functionaliteit is gerealiseerd. Pieter Meijer, Productmanager bij het deelprogramma DSO-landelijke voorziening benadrukt dat het belangrijk is dat opgeleverde (deel)producten, zoals de viewer Regels en Kaart, de stelselcatalogus Omgevingswet en het Ontwikkelaarsportaal, nu al worden gebruikt.

Plannen aanleveren, bekendmaken en publiceren
In de praktijkproef van de provincie Gelderland, waterschap Drents Overijsselse Delta, de gemeente Heerde en het Rijk lukte het om verschillende soorten omgevingsdocumenten digitaal aan te leveren, bekend te maken en te publiceren. Dit gebeurt via de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB). De planmaker krijgt bericht of het plan op de juiste manier is aangeleverd en kan het bekijken in een ‘previewportaal’. Het werkingsgebied is per regel zichtbaar op een kaart. Als de planmaker tevreden is, kan hij het plan daadwerkelijk publiceren. In een gezamenlijke praktijkproef lukte het om een integraal beeld van de regels van het Rijk, de provincie, het waterschap en de gemeente over het onderwerp afvalverwerking te krijgen. Ook lukte het om in het ‘previewportaal’ wijzigingen te tonen in een provinciale verordening. Aan de  gecombineerde werkingsgebieden werken we het komende kwartaal.

Vragenformulieren en koppelen met basisregistraties
De afgelopen maanden is ook gewerkt aan de checken-functionaliteit. Dit is een vragenboom waarmee een bedrijf onderzoekt of het een melding of vergunning nodig heeft. Deze moet geen vragen stellen die al bekend zijn bij de overheid, maar alleen vragen die van toepassing zijn op de situatie. In dit kader voerden we een praktijkproef uit rondom brandveilig gebruik. Op basis van het ingevoerde adres wordt de oppervlakte van het gebouw alvast ingevuld. Deze informatie komt uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). De oppervlakte van een gebouw bepaalt of het relevant is om te weten hoeveel personen werkzaam zijn in een gebouw. De combinatie van de oppervlakte en de hoeveelheid werknemers bepaalt of er een melding of vergunning nodig is. De regelmaker kan de regels inzien in de registratie toepasbare regels. Deze zijn ook herbruikbaar. Bijvoorbeeld door een andere gemeente. De praktijkproef toonde aan dat de checken-functionaliteit en het mechanisme van voorinvullen werkt en dat het lukt om alleen relevante vragen te stellen aan de gebruiker.  

Lokale vragenbomen in DSO
De vragenbomen met lokale regels moeten in het nieuwe loket met één druk op de knop beschikbaar zijn voor de gebruikers. In het eerste kwartaal van 2018 lukte het nog niet om de technische koppeling tussen de DSO-landelijke voorziening en Waternet volledig te leggen. Inmiddels lukt het wel en wordt deze koppeling doorontwikkeld. Ook is het nu mogelijk om met coördinaten of een prik op de kaart een locatie te kiezen. Een waterweg heeft bijvoorbeeld geen adres. In een praktijkproef rondom een fietsbrug stelde het Hoogheemraadschap Delfland en het waterschap Drents Overijsselse Delta met haar leverancier juridische en toepasbare regels op in het eigen zaaksysteem. De initiatiefnemer kiest met een prik op de kaart de locatie voor de fietsbrug. Vervolgens checkt hij via de vragenboom van het waterschap of er een vergunning nodig is.

Koppeling lokaal en landelijk
Met de gemeente Amersfoort beproefden we de vergunningaanvraag voor een zorgwoning via het loket. De gegevens en bijlagen van de initiatiefnemer worden in een werkmap in het DSO-landelijke voorziening opgeslagen. Nieuw is dat de gemeente de aanvraag uit de werkmap via REST/JON kan ophalen en opnemen in het zaaksysteem. Klaar om behandeld te worden. Deze praktijkproef leverde nuttige informatie op voor de nieuwe standaarden. Het komende kwartaal wordt deze informatie meegenomen.

Gebruikerstesten loket en viewer
Niet alleen de feedback van overheden en leveranciers is belangrijk, maar ook het gemak voor eindgebruikers. Een groep eindgebruikers testte daarom verschillende klikmodellen met mogelijke richtingen waarin we kunnen ontwikkelen. Deze groep bestond uit burgers en medewerkers van BOVAG en de Metaalunie. Zij kregen de opdracht enkele situaties na te bootsen in het loket. Bij deze gebruikerstest werd onder andere gekeken naar hoe mensen zoeken naar door het systeem gevraagde werkzaamheden. En of mensen zich gemakkelijk door de vragen heen laten leiden. Ook de viewer regels en kaart werden getest, tijdens een Ateliersessie van VNG Realisatie. De deelnemers kregen vijf casussen voorgeschoteld waarmee ze aan de slag gingen. Het werd duidelijk dat het een hele uitdaging is om complexe en interbestuurlijke regels op een gebruiksvriendelijke manier te ontsluiten. De mogelijkheid om te zoeken en filteren is daarom erg belangrijk. Inmiddels zijn een aantal verbeteringen doorgevoerd. Zo worden nu de regels gefilterd. Alleen de regels die gelden op de geselecteerde locatie zijn zichtbaar.

Duidelijke en eenvoudige regels zijn nodig
Programma-directeur-generaal Erik Jan van Kempen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is onder de indruk van de resultaten.  Hij roept de verschillende overheden op om de eigen regelgeving tegen het licht te houden. ‘Het valt op hoe complex regelgeving is. Betere dienstverlening voor de burgers en bedrijven gaat hand in hand met het vereenvoudigen en verduidelijken van regels.’

Zo doen zij het

Wat gebeurt er als we...? Met die open vraag ging een aantal gemeenten aan de slag. Na een verkenning besloten ze het erop te wagen: laten we het gewoon proberen! Neem een kijkje in de praktijk van Uden, Katwijk en Krimpen aan den IJssel.

Uden en Hendriks Coppelmans

In gesprek met de omgeving

Wat gebeurt er als we…een groot deel van de regie uit handen geven aan inwoners en andere belanghebbenden? En hoe doen we dat samen met een projectontwikkelaar? Al in 2015 besloot Uden om haar toenmalige structuurvisie te vervangen door een omgevingsvisie. Daarmee was zij een van de eerste gemeenten in Nederland. ‘Drie jaar geleden organiseerden we een zogenoemde “G1000”, om inwoners meer te betrekken bij de gemeente. Iedereen kon daar vertellen wat hij of zij graag wilde van de gemeente. Uit een grote hoeveelheid reacties filterden we vier thema's; de 4 G's. Die vormden een mooie basis voor onze huidige omgevingsvisie’, vertelt projectleider Nicole van der Windt. 

Wat is de echte oorzaak? 
In haar omgevingsvisie stelt Uden het onder andere verplicht dat initiatiefnemers in gesprek gaan met de omgeving. Dat wil zeggen: niet alleen een informatieavond organiseren om te vertellen wat je van plan bent, maar de omgeving ook echt betrekken in de planvorming. Om hiermee te oefenen, kozen ze als pilotproject het gebied Volkelseweg-Loopkantstraat. Een gebied dat van oudsher gericht is op bedrijven, maar waar steeds meer woningen komen. Projectontwikkelaar Hendriks Coppelmans maakte daar een bouwplan voor 39 appartementen. Ze moest even wennen aan de nieuwe werkwijze, waarbij alle belanghebbenden mee mogen denken. Toch is het uiteindelijk goed bevallen, vertelt projectontwikkelaar Anita Pauwels. ‘Voor mij was de les vooral dat omwonenden die bezwaar maken vaak niet per se tegen de plannen zelf zijn. Meestal speelt er meer en reageren ze hun frustratie daarover af op nieuwe plannen. De kunst is om die achterliggende oorzaak boven water te krijgen’, ontdekte ze.

Lees hier het complete verhaal van de gemeente Uden en projectontwikkelaar Hendriks Coppelmans.  

Katwijk

De Toekomst van Katwijk

Wat gebeurt er als we…jongeren bij de toekomst van Katwijk willen betrekken? Onder de naam 'de Toekomst van Katwijk' maakte de gemeente samen met haar inwoners een plan van aanpak voor haar omgevingsvisie. Met het plan wilde Katwijk zoveel mogelijk burgers, ondernemers, organisaties en verenigingen een bijdrage laten leveren aan de toekomstige omgevingsvisie. Vooral jongeren, die vaak lastig te bereiken zijn, kregen speciale aandacht. Bijvoorbeeld met de Katwijkse Karavaan die langs de scholen in de verschillende dorpen van de gemeente trok. De Katwijkse Karavaan bestond uit bijeenkomsten, georganiseerd door de gemeente, waar ook jonge mensen mee konden praten over de toekomst van hun gemeente. Het ging daar over thema's als onderwijs, ontmoeting in de wijk en geldzaken. Ook waren er de zogeheten Koploperscafés waar werd gesproken met ondernemers, verenigingen, onderwijsinstellingen en andere organisaties. Het is belangrijk dat íedereen meedoet in de samenleving, is het devies van de gemeente. ‘De toekomst van Katwijk gaat over ons allemaal.’ 

Regionale agenda
Katwijk kijkt overigens verder dan haar gemeentegrenzen. Met tien omliggende gemeenten in ‘Hart van Holland’ werkt zij aan de regionale agenda omgevingsvisie 2040. Samen met bewoners, bedrijven en instellingen gaan de gemeenten in gesprek over belangrijke thema’s in de regio. Dat doen ze niet in een standaard zaaltje, maar op locatie. Bij de mensen thuis of waar ze werken. 

Lees hier het complete verhaal van de gemeente Katwijk.

Krimpen aan den IJssel

Bouwen op een scheepswerf

Wat gebeurt er als we…een oude scheepswerf met twee rijksmonumenten erop willen inrichten als nieuw leefgebied? Met die opgave is de gemeente Krimpen aan den IJssel aan de slag. En dat blijkt nog niet zo makkelijk. De scheepswerf aan de Hollandsche IJssel is al jaren buiten gebruik, want niet meer geschikt voor de grote binnenvaartschepen van nu. De gemeente is sinds 2009 eigenaar van het gebied en zou er graag gaan bouwen. Maar dat is een uitdaging: de twee loodsen op het terrein hebben de status van rijksmonument. Die kun je dus niet zomaar verbouwen of slopen. Daarnaast ligt het gebied buitendijks én is de bodem er verontreinigd. Wie er wil bouwen heeft te maken met Rijkswaterstaat en het waterschap. Een complexe situatie dus. Maar ook een grote uitdaging, vindt Arjan Bosker, directeur Ruimte bij de gemeente Krimpen aan den IJssel.

Instrumentenkist verder aanvullen
Kimpen aan den IJssel wil zich voorbereiden op de Omgevingswet, vertelt Bosker. ‘Met de werf hebben we een interessante casus te pakken. Het is een prachtige plek, dichtbij het centrum. Toch blijkt het lastig om initiatiefnemers te vinden voor de loodsen. Er spelen belangen van verschillende overheden, wat het project ingewikkeld maakt. Ondanks dat willen we met enige snelheid tot besluitvorming komen. Ik ben benieuwd of de werkwijze die bij de Omgevingswet hoort ons helpt om tot een goede oplossing te komen.’ Bosker geeft toe dat hij wat afwachtend is: ‘Voor mij is dit project ook een manier om te onderzoeken of de Omgevingswet nieuwe instrumenten biedt. Misschien concluderen we hierna dat het nodig is om onze instrumentenkist verder aan te vullen.’

Lees hier het hele verhaal van de gemeente Krimpen aan den IJssel

Ga in gesprek over participatie!

De Omgevingswet vraagt overheden en andere initiatiefnemers om participatie met de omgeving vroegtijdig en bewust op te pakken. Het SamenSpel Participatie nodigt je met tien praktijkonderwerpen uit om te bespreken welk samenspel het beste past bij de organisatie en omgeving. Het SamenSpel is voor ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers van alle overheden. Het kan ook van waarde zijn voor initiatiefnemers en bewoners. Zoek elkaar op en vertel wat werkt, of (nog) niet. Hier vindt u het SamenSpel Participatie


Omgevingswetfeitjes & cijfers

Wist u dat:

  • Er in 2017 bijna 150.000 aanvragen voor een omgevingsvergunning zijn ingediend bij het Omgevingsloket Online? Dat is een toename is van meer dan 28% ten opzichte van 2015.
  • De meestvoorkomende aanvragen gaan over het oprichten van een bijbehorend bouwwerk (14%) en dat dakkapellen en kapvergunningen ieder ook goed zijn voor meer dan 6% van alle aanvragen?
  • Meer dan de helft van de aanvragen niet door de aanvrager zelf is ingediend, maar door een gemachtigde (veelal professionele intermediairs)? Waarschijnlijk omdat mensen het zelf te ingewikkeld vinden.
  • Circa 15-20% van de aanvragen nog niet digitaal wordt ingediend, maar per post of aan de balie bij het bevoegde gezag wordt afgeleverd?
  • Er een kans van circa 9% is dat een aanvraag niet leidt tot een vergunning en de aanvrager alle moeite voor niets heeft gedaan?
  • Meer dan 1,6% van alle aanvragen achteraf gezien eigenlijk vergunningvrij was?

Hoe doet uw overheidsorganisatie het op het gebied van de vergunningverlening? Als uw organisatie een account heeft bij het Omgevingsloket Online kunt u dergelijke gegevens zelf ophalen uit de verschillende rapportages die het OLO biedt. De helpdesk kan u daarbij ondersteunen. Wilt u weten hoe uw organisatie het doet ten opzichte van collega-organisaties? Doe dan mee met één of meerdere vergelijk- en leertrajecten die de monitor van het programma organiseert om overheden te helpen zich voor te bereiden op de invoering van de wet.
 

Maak een collega blij met Kwartslag! 

Fijn he, ieder kwartaal een update over de ontwikkelingen rondom de Omgevingswet? Zorg ervoor dat je collega ook altijd op de hoogte is en maak hem of haar blij met de nieuwste editie van Kwartslag.  

 

 

Meest gestelde vraag Informatiepunt

Samen met onze partners informeert het Informatiepunt over de juridische uitleg en praktische toepassingen van de Omgevingswet, de onderliggende regelgeving en de digitale voorzieningen. We behandelen hier de meest gestelde vraag van dit kwartaal.

Vraag
Als gemeente herijken we ons Plan van aanpak 2017. Wat moet er in 2021 minimaal af zijn?

Antwoord
Deze stelselherziening is meer dan een reguliere wetswijziging en vraagt om aanpassingen in de organisatie en digitale processen. Dit kost tijd. Daarom is het belangrijk dat gemeentes zich zo goed mogelijk voorbereiden op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Wat er minimaal klaar moet zijn, is afhankelijk van de doelstellingen, wensen en ambities van de gemeente. En van de maatschappelijke opgaven die op de organisatie afkomen. De gemeente kan de gespreksstarter gebruiken om haar strategie te bepalen.

Als een gemeente grote wijzigingen wil in de ruimtelijke inrichting, is het goed om nu al in te zetten op het opstellen van beleid in de vorm van een omgevingsvisie. De visie helpt bij het onderbouwen van wijzigingen in het omgevingsplan. Het is visiedeel in bestaande bestemmingsplannen komt in het omgevingsplan namelijk niet voor. De visie nu al vastleggen, kan problemen bij die onderbouwing voorkomen.

Een ander aspect waar de gemeente mee aan de slag moet, is het inventariseren van de bestaande regelgeving. Wat moet blijven bestaan? En in welke vorm wil de gemeente de regels verwerken? Dat kan in de vorm van maatregelen in een programma, of in de vorm van regels in het omgevingsplan. En in het laatste geval; volstaan direct werkende regels? Moet er een meldings- of vergunningplicht worden voortgezet? We bevelen aan om voor 2021 toe te werken naar één bestemmingsplan en één beheersverordening per gemeente. Zo blijft de overgang naar het tijdelijke omgevingsplan overzichtelijk. 

Nog een zaak waar de gemeente in ieder geval over na moet denken zijn de lokale vergunningen die nu als omgevingsvergunning via het Olo worden ontsloten. Het digitale stelsel Omgevingswet (DSO) voorziet in een nieuw loket voor omgevingsvergunningen en meldingen. Om ontsluiting van de lokale vergunningen voort te zetten, moet de gemeente zaken regelen voor aansluiting op het DSO.

Een volledige lijst met minimale wettelijke vereisten is momenteel in ontwikkeling in samenwerking met VNG. Er is al wel een concept. Zodra de lijst beschikbar is, publiceren we deze op de websites van Aan de Slag met de Omgevingswet en de VNG. Kijk ook eens op de pagina over beginnen met de Omgevingswet.

 

Wat ga jij doen deze zomer?

  • A Ik ga genieten van een welverdiende vakantie
  • B Ik ga werken aan de Omgevingswet
  • C Ik ga mijn eigen omgeving verkennen
  • D Ik ga toch eens kennismaken met de buren
0 bezoekers hebben al gestemd

Colofon


Kwartslag is een uitgave van het programma Aan de Slag met de Omgevingswet en verschijnt 4 keer per jaar. Kwartslag informeert laagdrempelig over de actuele stand van zaken rondom de implementatie van de Omgevingswet. En alles wat daarbij komt kijken. Heeft u naar aanleiding van deze editie nog vragen, suggesties of opmerkingen, laat het ons dan weten. 

Ontwerp en realisatie: Kris Kras context, content and design 


Privacy: Door u te abonneren op deze uitgave geeft u automatisch toestemming voor het gebruik van uw gegevens door het programma Aan de Slag met de Omgevingswet. Uw gegevens worden niet anders gebruikt dan voor toezending van deze uitgave en incidenteel voor het sturen van andere relevante informatie met betrekking tot de Omgevingswet of het programma. Wij verkopen uw gegevens niet aan derden.

Disclaimer: u kunt geen rechten ontlenen aan de inhoud van deze uitgave.

Mocht u geen prijs stellen op ontvangst van Kwartslag, dan kunt u zich hier afmelden.

Meer informatie vindt u op www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl 
Volg ons op Twitter via: @AandeslagOw
En op LinkedIn

Het programma Aan de slag met de Omgevingswet is een initiatief van de VNG, het IPO, de UvW en het Rijk.

Cookiebeleid


Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina's van deze website wordt meegestuurd en door je browser op de harde schijf wordt opgeslagen. De daarin opgeslagen informatie kan bij een volgend bezoek weer naar onze servers teruggestuurd worden. 

Cookies in- en uitschakelen 
Meer informatie omtrent het in- en uitschakelen en het verwijderen van coockies kan je vinden in de instructies en/of met behulp van de Help-functie van jouw browser. 

Google Analytics 
Via onze website worden cookies geplaatst van het Amerikaanse bedrijf Google, als deel van de "Analytics"-dienst. Wij gebruiken deze dienst om bij te houden en rapportages te krijgen over hoe bezoekers de website gebruiken. Google kan deze informatie aan derden verschaffen indien Google hiertoe wettelijk wordt verplicht, of voor zover derden de informatie namens derden verwerken. Wij hebben hier geen invloed op. Wij hebben Google niet toegestaan om de informatie te gebruiken voor andere Googlediensten. 

De informatie die Google verzamelt wordt zoveel mogelijk geanonimiseerd. Uw IP-adres wordt nadrukkelijk niet meegegeven. De informatie wordt overgebracht naar, en door Google opgeslagen op servers in de Verenigde Staten. Google stelt zich te houden aan de Safe Harbor principles en is aangesloten bij het Safe Harbor-programma van het Amerikaanse Ministerie van Handel.