Deze website maakt gebruik van cookies. Lees hier meer hierover. Deze website gebruikt cookies.

‘Omgevingswet zorgt voor fundamentele omslag’

Jan Rotmans, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, analyseerde wat de implementatie van de Omgevingswet betekent: ‘In de kern is de Omgevingswet een prachtige, unieke wet, die nog nergens ter wereld zijn weerga kent. Wel verwacht ik een brede kloof tussen de geest en de letter van de wet, tussen theorie en praktijk.’

Rotmans voerde de analyse uit omdat hij zich afvroeg of de Omgevingswet een transitie impliceert. Maar wanneer spreken we eigenlijk van een transitie? Een transitie betekent diepe, onomkeerbare veranderingen. Veranderingen in structuur, cultuur en werkwijze binnen een systeem. Structuur gaat over de institutionele, economische en fysieke infrastructuur van een systeem, zoals een organisatie. Cultuur is een verzameling van gedeelde beelden, waarden en paradigma’s. Werkwijzen zijn dagelijkse routines, regels en gedrag. Kortom, een transitie is een fundamentele omslag in denken, handelen en organiseren.

Rug recht bij tegenwind
Vraagt de Omgevingswet om een transitie? ‘Ja,’ stelt Rotmans volmondig, ‘de wet schrijft integraal denken voor. Het integreren van alle aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals water, mobiliteit en cultureel erfgoed in een visie is complex. Wij mensen denken van nature in hokjes. Zo zijn we geconditioneerd. Een visie voor de omgeving komt voortaan in samenwerking met de omgeving tot stand. Het initiatief ligt veel meer bij de omgeving. De tijd dat ambtenaren een visie vanachter hun bureau maakten en die vervolgens uitrolden, is voorbij. Ambtenaren maken het mogelijk dat anderen plannen creëren.'

'Niet alleen van ambtenaren vraagt dat een andere werkwijze, het raakt ook aan de manier van besturen. Dat is een kwestie van een langetermijnkoers uitzetten en opereren op verschillende schaalniveaus. Van consistent vasthouden aan een integrale benadering en de rug recht houden bij tegenwind.’ De Omgevingswet zet eveneens aan tot anders organiseren, meent Rotmans: ‘Participatie van burgers en ondernemers is verplicht. Al staat niet vermeld hoe. Ook de organisatie van gemeenten gaat op de schop. Gemeenten hebben momenteel nog een verkokerde structuur, gericht op sectoren of domeinen. De Omgevingswet vraagt daarentegen om platte en wendbare organisaties. Dat is een enorme uitdaging.’

(On)gewoon doen
Op basis van andere transities, onder andere die in het sociaal domein, ontwikkelde Jan Rotmans een aantal inzichten. Het gaat om een mix van zoeken, leren en experimenteren. ‘We noemen dit ook wel organische sturing: al lerende doen en al doende leren. Als een gezamenlijke zoektocht naar een visionair perspectief dat de Omgevingswet biedt.’ Neem de tijd, is zo’n inzicht. Vaak wordt het onderschat, maar voor een veranderproces is algauw zo’n vijf tot tien jaar nodig. En werk zowel top-down als bottum-up. Geef richting en tegelijkertijd ruimte. Ook kan het relevant zijn om trainingsprogramma’s te organiseren. ‘Integraal denken en handelen is een vaardigheid die je niet uit boekjes leert en ook niet door het gewoon te doen, zoals vaak wordt gezegd. Het is eerder een kwestie van ongewoon doen’, zegt Rotmans. ‘Er bestaan wetenschappelijk onderbouwde methoden en technieken om dit te leren. Die kan ik van harte aanbevelen.’

Een ander inzicht is: creëer een schaduwspoor. Rotmans: 'In het reguliere werk gaat het om het halen van rendement. Dat beperkt de ruimte om te experimenteren. Richt daarom een tweede spoor in waarin het mogelijk is zaken anders aan te pakken en daarvan te leren. Wat werkt kun je dan opschalen en overhevelen naar het primaire proces. In dat schaduwspoor is het nuttig om een nieuwe gereedschapskist te ontwikkelen. Wezenlijke verandering vraagt om nieuwe methoden en technieken. Als je het bestaande gereedschap gebruikt, is de kans groot dat de uitkomst minder vernieuwend is dan gehoopt.’

Bestuurlijk uithoudingsvermogen 
Als een transitie lang duurt en je moet experimenteren, hoe houd je dan de energie en urgentie vast? ‘Van bestuurders vraagt een transitie inderdaad een flinke dosis bestuurlijk uithoudingsvermogen. Heb geduld en geef ruimte en vertrouwen. Door burgers, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties meteen bij het proces te betrekken en hen ruimte en vertrouwen te bieden, ontstaat er veel moois. Maak opgaven klein en concreet, daar kan iedereen energie uithalen’, vertelt de hoogleraar.

Hij is benieuwd naar de implementatie van de wet. ‘De Omgevingswet is in alle opzichten een transitieopgave. Zeker als je naar de geest van de wet kijkt. Maar bij de letter van de wet is dat minder het geval, omdat er zoveel uitzonderingen en ontsnappingsclausules zijn. Samen met de vormvrijheid kan dat ervoor zorgen dat de toepassing er anders uit zal zien dan beoogd. In de praktijk kan de wet leiden tot meer van hetzelfde in plaats van wezenlijk anders denken, handelen en organiseren. Dat zou jammer zijn. Transities zijn niet makkelijk,' beaamt Rotmans, ‘de kunst is mensen te laten zien dat veranderen ook leuk is. Dat medewerkers zo een nog leukere baan of functie krijgen. Ook helpt het om de transitie een menselijk gezicht te geven en het veranderproces aantrekkelijk te maken!’

Jan Rotmans schreef het essay waarop dit stuk is gebaseerd in opdracht van het G40-stedennetwerk. Het verschijnt als bijlage bij het meinummer van ROMagazine en is daarnaast vanaf half mei op te vragen via de website van het netwerk.

In een omgevingsvisie komt alles samen

De recent afgeronde pilots omgevingsvisie maken één ding duidelijk: samen oefenen levert ongelooflijk veel op. Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen. De belangrijkste onderwerpen in de pilots waren integraliteit, samenwerking en de energietransitie.

Twaalf pilots en achttien deelnemers in de ‘tweede ring’ zijn het afgelopen jaar intensief bezig geweest met een omgevingsvisie. In de eindpublicatie In een omgevingsvisie komt alles samen, lees je de leerervaringen uit dit traject. Aan de hand van interviews, artikelen en tips neemt de publicatie lezers mee langs zes kansrijke aanpakken en zeven inzichten uit het pilottraject. Een omgevingsvisie zorgt voor een compleet andere manier van werken aan (midden) langetermijnbeleid. Vooral het ‘samen aan tafel gaan’, blijkt een uitdaging.

Alles op één plek 
Een van de kansrijke aanpakken is de overweldigende breedte van een omgevingsvisie behapbaar maken. Programmamanager Olga Arandjelovic van de provincie Zuid-Holland: ‘Om echt integraal te kunnen werken, hebben we alle sectorale beleidsplannen, nota’s en programma’s bij elkaar gebracht in een digitaal systeem. In feite is dat een database met het complete omgevingsbeleid. Daardoor staat alles op één plek bij elkaar, scherp geformuleerd en aangeduid op de kaart.’ Goede ontsluiting van informatie is tijdens het hele proces van belang. Arandjelovic: ‘Bij de inrichting van het systeem hielden we zoveel mogelijk rekening met de eisen vanuit het DSO (digitaal stelsel Omgevingswet) voor zover al bekend. Op termijn kunnen we deze database koppelen aan andere datasets met beleidsinformatie en de begroting.’

Sociale aspecten als uitgangspunt
Ook het werken vanuit een maatschappelijke opgave is een kansrijke aanpak. Albert Elshof, adviseur klimaatadaptatie en Omgevingswet van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) kan hierover meepraten: ‘We hebben specifieke kennis in huis en willen daarmee bijdragen aan de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Bij ruimtelijke ordening is technische kennis nodig over hoe een watersysteem in elkaar zit, maar dit hangt samen met aspecten van klimaatontwikkeling. Het zijn geen gescheiden werelden. Het gaat juist om de koppeling van water met andere maatschappelijke opgaven, zoals bodemdaling in de veengebieden. Daar liggen interessante kansen.’ De gemeente Staphorst maakte een visie met sociale aspecten als uitgangspunt voor de ruimtelijke invulling. ‘Door die zaken met elkaar te verbinden, hebben we er een samenhangend verhaal van weten te maken’, zegt strategisch adviseur Edwin Saathof. 

Sectoraal denken écht verleden tijd
Sectorale systemen zijn hardnekkig, vinden ze ook in Zwolle. ‘In de omgevingsvisie komen allerlei dingen samen die voorheen op sectoraal niveau werden geregeld. We praten dus niet meer over een woningbouwopgave, maar over de transformatieopgave. Daarbij gebruiken we de groei van de stad om deze maximaal te vernieuwen. Het realiseren van woningen wordt bijvoorbeeld verbonden aan andere doelstellingen zoals klimaatadaptatie en de energietransitie. Met de nieuwe integrale ambities kun je niet meer excelleren op alleen het bouwen van woningen. Het vraagt om een continue doorontwikkeling van jezelf en van je collega’s. En om een brede afweging van belangen, zodat er balans blijft in beschermen van wat belangrijk is en de realisatie van nieuwe ontwikkelingen.’

Relatie tussen instrumenten
Tijdens de expertsessie in Zwolle bleek duidelijk dat er een relatie is tussen de verschillende instrumenten van de Omgevingswet. Hoe zet je een programma in? Als verdere uitwerking van je strategie of als uitvoeringsprogramma? En hoe vertaal je de ambities uit je visie in regels voor het omgevingsplan? Of heb je geen regels nodig om je ambities uit te voeren? Vragen waar veel deelnemers mee verder willen. Dit gebeurt onder andere in de leerkring van de regio Zwolle en tijdens diverse bijeenkomsten.


Omgevingsvisie in de wet
In de Omgevingswet (augustus 2017) en het Omgevingsbesluit, (juni 2017) zijn onderstaande zaken over de omgevingsvisie vastgelegd.
Een omgevingsvisie:
1. is opgesteld met oog op de doelen van de Omgevingswet (Art. 2.1 lid 1 Ow);
2. houdt rekening met samenhang van (Art.2.1 lid 2 Ow):
    a. relevante onderdelen en aspecten fysieke leefomgeving;
    b. daarbij rechtstreeks betrokken belangen.
3. is afgestemd met andere bestuursorganen (Art. 2.2 Ow);
4. bevat hoofdlijnen van (Art. 3.2 Ow):
    a. kwaliteit fysieke leefomgeving;
    b. voorgenomen ontwikkelingen, gebruik, beheer, bescherming, behoud van grondgebied;
    c. het te voeren beleid.
5. houdt rekening met de beginselen (Art. 3.3 Ow):
    a. voorzorg;
    b. preventief handelen;
    c. milieuaantastingen bij voorrang aan bron bestrijden;
    d. vervuiler betaalt.
6. bevat resultaten van betrekken van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen (Art. 16.88
    Ow, Art. 8.5 Ob).

Dit is de status van het digitaal stelsel Omgevingswet

Het digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) wordt stapsgewijs, samen met gebruikers, ontwikkeld. Ieder kwartaal tonen we de stand van zaken aan zowel gebruikers als digitale experts. Zo kan iedereen de ontwikkelingen volgen en ontdekken wat de eigen organisatie moet doen om aan te sluiten. Afgelopen kwartaal was het thema ‘stabiliteit in de basis’.

De digitale ondersteuning van de wet, het digitaal stelsel Omgevingswet, bestaat uit landelijke voorzieningen en onderdelen die overheden zelf ontwikkelen. Het programma Aan de slag met de Omgevingswet werkt aan de voorzieningen die landelijk nodig zijn. Het afgelopen kwartaal stond het stabiel maken van de basiselementen van het stelsel centraal: de viewer, de regelfunctie en een standaard voor publiceren. Ook is er nu een oefenomgeving om de basiselementen te testen en vonden er diverse praktijkproeven plaats. Deze helpen om vanuit de praktijk te onderzoeken of dat wat is bedacht, werkt en of er aanpassingen nodig zijn.

Praktijkproef voor een meervoudige melding
Het programma werkte samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan een praktijkproef met milieuregels. Een milieumelding is één van de veelgebruikte meldingen in de huidige Activiteiten Internet Module (AIM). In de praktijkproef wilde een tankstationhouder een nieuwe CNG-tankinrichting en een bovengrondse bufferopslag melden; een meervoudige melding. Voor zo’n meervoudige melding moet de regelmaker van het Rijk eerst vragenbomen maken van de milieuregels. Dit gebeurt in software, speciaal voor het Rijk, waarmee de teksten van de Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) geanalyseerd kunnen worden. Het is nu mogelijk om meer informatie, zoals de structuur van activiteiten en onderwerpen, op te nemen. Ook kunnen de achterliggende sets met regels opnieuw worden gebruikt en gebundeld. Zo wordt de tankstationhouder in logische stappen door zijn aanvraag geleid. Hij ziet daarbij alleen vragen die voor hem van belang zijn. De eerste stap richting AIM-dienstverlening in het nieuwe Omgevingsloket is daarmee een feit.

Praktijkproef voor de viewer
De gemeente Den Haag stelde voor de wijk Binckhorst een zogenoemd bestemmingsplan verbrede reikwijdte op. Met dit plan oefende de gemeente met het publiceren van omgevingsdocumenten in de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB). Hiermee werd onder andere de werking van de standaard voor officiële publicaties (STOP 0.75) getoetst. Het bleek dat deze standaard in staat is om uitdrukking te geven aan het plan Binckhorst. Ook kon de viewer het plan tonen. Sinds het afgelopen kwartaal is het mogelijk om een conceptplan aan de indiener te tonen. Dit gebeurt vóór publicatie. Den Haag kreeg zo inzicht in het verband tussen regels uit het plan en de kaart. Die combinatie maakte duidelijk wat er al kan en wat nog niet. Voor ondersteuning is er een basis ingericht bij de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen. Het publicatieproces is verstevigd. En er is meer inzicht in vragen die nog niet zijn beantwoord.

Koppeling tussen lokale en landelijke voorziening
De vragenbomen die een lokale overheid maakt om vergunningaanvragers door het nieuwe loket te leiden, moeten met één druk op de knop beschikbaar en bruikbaar zijn voor gebruikers. Het afgelopen kwartaal werkte het team hard om zo’n technische koppeling te leggen met Waternet, waar digitale regels over water toegankelijk zijn, en de landelijke voorziening van het DSO. Dit had heel wat voeten in de aarde. Met name de beveiliging van de koppeling zorgde voor problemen. Tot het allerlaatste moment was het spannend of het dit kwartaal zou lukken. Uiteindelijk lukte het om bestanden te sturen van Waternet naar de DSO-landelijke voorziening. Andersom lukte het helaas nog niet. Door de praktijkproef kwamen al op een vroeg moment technische hindernissen aan het licht en konden betrokkenen werken aan oplossingen. Hierdoor blijkt vooral de stapsgewijze manier waarop het digitaal stelsel Omgevingswet tot stand komt nuttig. Inmiddels is het gelukt om de koppeling te laten werken. 

Informatie-uitwisseling rijksgebieden
De komende maanden gaat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningkrijksrelaties (BZK) na of de grenzen die zijn opgenomen in de rijksregels, kloppen. Zij wil daarom de betrokken gemeenten, provincies, waterschappen en verschillende rijksdepartementen vragen om mogelijke fouten te signaleren. Het programma hielp het Rijk op een praktische manier met de al bestaande mogelijkheden. De gebieden worden tijdelijk opgeslagen en getoond in de viewer van de landelijke voorziening. Dit gebeurt in een afgeschermde omgeving. De geldende regels worden weergegeven met een hyperlink. Met behulp van verschillende kaartlagen kan een overheidsorganisatie zo controleren of de gebieden kloppen. Betrokkenen kunnen markeren, meten en notities maken en zo hun opmerkingen doorgeven aan het Rijk. De betrokken ministeries verwerken de opmerkingen en passen eventueel de grenzen aan. De ontwikkelaars van het programma konden deze toepassing in korte tijd realiseren, door bestaande onderdelen van het digitaal stelsel opnieuw te gebruiken met relatief beperkte inspanning. Op deze manier is getoond dat het DSO nu ook al meerwaarde kan bieden voor de praktijk. 

Nieuwe bèta-versies
Tot slot leverde de landelijke voorziening van het DSO tijdens de kwartaalbijeenkomst een aantal bèta-versies op. Hiermee kan veilig geoefend worden en verzamelen we waardevolle feedback voor de verdere ontwikkeling. Het gaat om:

  • oriënteren via regels en kaart om te oefenen met bestaande ruimtelijke plannen;
  • stelselcatalogus Omgevingswet met daarin de begrippen uit de Aquolex en de AMvB’s;
  • ontwikkelaarsportaal, speciaal bedoeld voor softwareleveranciers.

Betrokkenen beschikken over de toegang tot deze bèta-versies. Daarnaast zijn voorlopige versies van verschillende standaarden beschikbaar om mee te oefenen. Het gaat om:

  • Standaard omgevingspublicatie/Toepassingprofielen (consultatie)
  • Standaard Toepasbare Regels (consultatie)
  • Standaard Aanvragen en Melden (consultatie)

Deze standaarden zijn beschikbaar via de website. Reacties uit het veld worden meegenomen in de doorontwikkeling ervan.

Werken met het digitale stelsel
Het Bureau ICT-toetsing (BIT) adviseerde vorig jaar om het digitaal stelsel Omgevingswet te vereenvoudigen. In reactie op het advies, stelden de partners van het programma Aan de Slag met de Omgevingswet een Taskforce Complexiteitsreductie in. Deze groep met specialisten onderzocht hoe de aanbevelingen van het BIT-advies opgevolgd kunnen worden. Het digitale stelsel wordt nu meer gefaseerd ontwikkeld. Zo hebben de overheden meer tijd om te leren werken met het stelsel. En om de omgevingsdocumenten, zoals omgevingsplannen en verordeningen, op de nieuwe manier op te stellen. Ook zijn er afspraken gemaakt over wat overheden kunnen verwachten van het DSO-landelijke voorziening.

Participatie, wanneer doe je het goed?

Werken met de Omgevingswet betekent ook dat je moet nadenken over participatie. De wet verplicht het, maar schrijft geen vorm voor. Na de gemeenteraadsverkiezingen vragen raadsleden zich af wat hun rol is als het om participatie gaat. De nieuwe inhoud van de Inspiratiegids Participatie helpt bij het bedenken van een participatieaanpak op maat.



'Gericht aan de slag met participatie'

De rol van volksvertegenwoordigers bij participatie
Veel volksvertegenwoordigers vragen zich af wat zij kunnen doen om ruimte te bieden voor participatie. En hoe zij zelf dan nog kunnen sturen. Om raads-, staten- of algemeen bestuursleden van waterschappen op weg te helpen, ontwikkelde het programma Aan de slag met de Omgevingswet het stuurwiel participatie voor volksvertegenwoordigers. Het stuurwiel geeft tips en handvatten die aanzetten tot nadenken. Het leidt – als het goed is – ook tot een goed gesprek met collega-volksvertegenwoordigers over inhoud, proces en de eigen rol. Door nu met elkaar in gesprek te gaan, is er tijd om samen te ontdekken welke keuzes er zijn op het gebied van participatie.



'Een reuze handig instrument'

Werkblad participatie
Participatie is niet nieuw, maar de Omgevingswet vraagt de overheid wel om opnieuw na te denken over haar aanpak. Met de kennis en ervaringen uit pilots en proeftuinen is een werkblad gemaakt. Hierin komen tien veelgehoorde adviezen samen. Deze gaan over hoe je kunt bouwen aan vertrouwen, de kracht van beelden en verhalen, of het benutten van ieders kennis. Het werkblad is bedoeld voor ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers van overheden die hun participatieaanpak tegen het licht willen houden. Bronnen voor de gespreksstarter zijn de praktijkverhalen uit de Inspiratiegids Participatie Omgevingswet, ‘Gelijk speelveld’ en de eindrapportage pilots omgevingsvisie. Download op deze pagina onder onder andere het werkblad voor overheden. 



'Iedere situatie haar eigen participatie'

Participatie per wetsinstrument
Welke vorm van participatie past bij een omgevingsvisie, omgevingsplan, programma of projectbesluit? Bij deze nieuwe wettelijke instrumenten is het organiseren van participatie verplicht. Een overheid zoekt dan altijd de samenwerking met bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en collega-overheden. Welk type informatie je van hen vraagt, verschilt per kerninstrument of moment in het proces. Dat maakt dat de groep mensen die je betrekt steeds anders is. Net als de werkvormen die je gebruikt. Lees hier welke stappen je kunt nemen. 

Samenwerken op drie manieren

De Omgevingswet vraagt om samenwerking. Hoe doen overheden dat met elkaar? Daar zijn al mooie voorbeelden van die we je niet willen onthouden. Neem een kijkje in de praktijk van de regio Zuid-Holland Zuid, het buurtschap Notter Zuna en de provincie Flevoland.

Regionaal samenwerken in Zuid-Holland Zuid

Wie een veilige, gezonde en uitnodigende leefomgeving wil creëren, kan dat niet alleen. Dat realiseren de gemeenten en uitvoeringsorganisaties in de regio Zuid-Holland Zuid zich maar al te goed. Daarom oefenen zij samen met de Omgevingswet.

Elkaar opzoeken 
Zeventien gemeenten, de veiligheidsregio, de omgevingsdienst en de Dienst Gezondheid & Jeugd werken sinds 2016 samen in het project Omgevingswet ZHZ. ‘Toen de wet in beeld kwam, voelde het heel logisch om elkaar op te zoeken’, vertelt Martien van der Kraan. Hij is gemeentesecretaris van Dordrecht en voorzitter van de ambtelijke stuurgroep Omgevingswet ZHZ. ‘We moeten ons allemaal voorbereiden op de wet. Waarom zou je dan niet samen op ontdekkingstocht gaan?’

Samen oefenen
De betrokkenen bij het project Omgevingswet ZHZ delen kennis en informatie, oefenen met pilots en bepalen gezamenlijk hun strategie. Ook leggen ze verbinding met de provincie, Rijkswaterstaat en de waterschappen, zodat er een breed platform ontstaat. Het platform werkt met thema’s als de bestuurlijke keten, kennis delen, en kerninstrumenten. Ook digitalisering staat op de agenda. ‘We hoeven niet per se helemaal hetzelfde te werken, maar het zou wel handig zijn als alle partijen in de provincie een gelijk systeem gebruiken’, zegt Van der Kraan. En dan is er nog het thema proces en organisatie. ‘We zoeken nog naar pilotprojecten die we in het kader van dit thema en de Omgevingswet samen kunnen uitvoeren.’

Benieuwd naar het hele verhaal

Oefenrechtbank Notter Zuna

'Stel je voor, het is 2023 en de Omgevingswet is van kracht en een belangengroep maakt onverwachts bezwaar tegen ons plan om windmolens te plaatsen.' Eduard Ravenhorst bedacht samen met Jurgen van der Heijden een spelvorm om de juridische toets op de omgevingsvisie en het omgevingsplan naar voren te halen.

Manifest 
Het buurtschap Notter Zuna in Overijssel kent 1.100 inwoners. In een gebiedscoöperatie werken alle inwoners samen aan een generatiebestendig Notter Zuna. Ze zijn ervan overtuigd dat ze elkaar nodig hebben. In een manifest benoemen ze samen de gebiedsopgaven en nodigen medebewoners uit om mee te werken aan realisatie van de plannen. De opgaven gaan over wonen, zorg, landschap en energie. De plannen gaan dwars door alle beleidsdomeinen: van een zorgboerderij met meerdere generaties die samen het Overijsselse landschap beheren tot een windmolen om in duurzame energie te voorzien.

Op zoek naar nieuwe rol
Door de vernieuwende manier van werken, heeft de gebiedscoöperatie behoefte aan rechtsbescherming. Ook de gemeente(raad) zoekt actief naar haar nieuwe rol. Zo ontstond het plan om een oefenrechtbank te organiseren. Een coproductie van De Coöperatieve Samenleving met onder meer de Universiteit van Amsterdam en de Erasmus universiteit, AT Osborne, Adriaanse en Van der Weel advocaten, de gemeente Wierden en de gebiedscoöperatie Notter Zuna. Benieuwd wat de oefenrechtbank over de vergunningaanvraag voor de windmolen besluit, nu er onverwachte bezwaren over slagschaduw zijn? 

Benieuwd naar het hele verhaal

Platform Omgevingswet Flevoland

De Omgevingswet heeft de ambitie om vanuit gebruikers en initiatiefnemers te werken. En steeds te kijken wat mogelijk is, te denken in 'ja, tenzij'. Dit vraagt van overheden een andere aanpak. Wat betekent dit in de praktijk voor de provincie Flevoland?

Samenwerkende partijen
Zes gemeenten (Zeewolde, Urk, Noordoostpolder, Lelystad, Dronten en Almere), Brandweer, GGD-Flevoland, Waterschap Zuiderzeeland, Omgevingsdienst OFGV en de provincie Flevoland brengen in beeld wat de afstemming en samenwerking kan inhouden voor hen. Ze testen een beoogde manier van werken aan de hand van concrete casussen. De komende tijd verkennen de deelnemende partijen hoe ze de samenwerking kunnen invullen.

De zes principes voor de Flevolandse samenwerking
Om uit te zoeken hoe de integrale samenwerking er in de praktijk uit kan zien, formuleerden de partijen vooraf zes (concept)principes. De principes worden getest aan de hand van diverse parktijkcasussen. Vervolgens kijken de partijen hoe een gezamenlijke aanpak voor een nieuwe werkwijze eruit kan zien. De volgende zes (concept)principes voor de Flevolandse samenwerking worden onderzocht:

  • een werkwijze die voor bewoners, belanghebbenden en initiatiefnemers goed te volgen is;
  • beleidsmatige aansturing boven sturen met regels;
  • pragmatisch werken;
  • met respect voor elkaars taken en bevoegdheden;
  • samenwerken tussen overheden zodat deze zoveel mogelijk als één overheid opereren;
  • open vizier: agree to disagree.

Benieuwd naar het hele verhaal?

Nationale Omgevingsvisie

Op dit moment wordt hard gewerkt aan de hoofdlijnennotitie van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Deze zal rond de zomer klaar zijn. In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door daar goed op in te spelen kan Nederland voorop lopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. 

Kom meer te weten over de NOVI

Gebruik het(zelfde) logo

Het logo ‘Aan de slag met de Omgevingswet’ is beschikbaar voor alle overheden. Laat zien dat u ook aan de slag bent en gebruik het logo in uw interne en externe communicatie. Past het logo niet bij uw huisstijl of dat van een samenwerkingsverband? Dan is er de mogelijkheid het aan te passen: het zogenaamde partnerlogo. Als u het logo gebruikt is het voor burgers, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties duidelijk waar het over gaat. Ook als zij met verschillende overheden te maken krijgen. Zo laten we ook in de communicatie zien dat we al (samen)werken als één overheid. Helemaal in de geest van de Omgevingswet.

Hier kunt u het logopakket aanvragen.

Stel uw vraag

Heeft u een vraag over de Omgevingswet of de implementatie ervan? En heeft u geen antwoord gevonden op onze website? Het Informatiepunt Omgevingswet helpt u graag verder. U vindt het Informatiepunt Omgevingswet op de website, maar u kunt ook bellen. Het telefoonnummer is: 088 - 79 70 790. We zijn bereikbaar op werkdagen van 9.00-12.00 uur en van 13.00-16.30 uur.

Nieuw op de website

Het afgelopen kwartaal is er weer veel informatie bijgekomen op onze website. Lees bijvoorbeeld meer over milieuregels en de Omgevingswet. 

Waar denk jij aan bij pilots?

  • A Straaljagers
  • B Waar kan ik me opgeven?
  • C Wij oefenen al
  • D Wij wachten nog even
0 bezoekers hebben al gestemd

Colofon


Kwartslag is een uitgave van het programma Aan de Slag met de Omgevingswet en verschijnt 4 keer per jaar. Kwartslag informeert laagdrempelig over de actuele stand van zaken rondom de implementatie van de Omgevingswet. En alles wat daarbij komt kijken. Heeft u naar aanleiding van deze editie nog vragen, suggesties of opmerkingen, laat het ons dan weten. 

Ontwerp en realisatie: Kris Kras context, content and design 


Privacy: Door u te abonneren op deze uitgave geeft u automatisch toestemming voor het gebruik van uw gegevens door het programma Aan de Slag met de Omgevingswet. Uw gegevens worden niet anders gebruikt dan voor toezending van deze uitgave en incidenteel voor het sturen van andere relevante informatie met betrekking tot de Omgevingswet of het programma. Wij verkopen uw gegevens niet aan derden.

Disclaimer: u kunt geen rechten ontlenen aan de inhoud van deze uitgave.

Mocht u geen prijs stellen op ontvangst van Kwartslag, dan kunt u zich hier afmelden.

Meer informatie vindt u op www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl 
Volg ons op Twitter via: @AandeslagOw
En op LinkedIn

Het programma Aan de slag met de Omgevingswet is een initiatief van de VNG, het IPO, de UvW en het Rijk.

Cookiebeleid


Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina's van deze website wordt meegestuurd en door je browser op de harde schijf wordt opgeslagen. De daarin opgeslagen informatie kan bij een volgend bezoek weer naar onze servers teruggestuurd worden. 

Cookies in- en uitschakelen 
Meer informatie omtrent het in- en uitschakelen en het verwijderen van coockies kan je vinden in de instructies en/of met behulp van de Help-functie van jouw browser. 

Google Analytics 
Via onze website worden cookies geplaatst van het Amerikaanse bedrijf Google, als deel van de "Analytics"-dienst. Wij gebruiken deze dienst om bij te houden en rapportages te krijgen over hoe bezoekers de website gebruiken. Google kan deze informatie aan derden verschaffen indien Google hiertoe wettelijk wordt verplicht, of voor zover derden de informatie namens derden verwerken. Wij hebben hier geen invloed op. Wij hebben Google niet toegestaan om de informatie te gebruiken voor andere Googlediensten. 

De informatie die Google verzamelt wordt zoveel mogelijk geanonimiseerd. Uw IP-adres wordt nadrukkelijk niet meegegeven. De informatie wordt overgebracht naar, en door Google opgeslagen op servers in de Verenigde Staten. Google stelt zich te houden aan de Safe Harbor principles en is aangesloten bij het Safe Harbor-programma van het Amerikaanse Ministerie van Handel.